Hoogbegaafdheid

Een flink aantal hoogbegaafden krijgen te maken met onbegrip. Daardoor ontstaan er vaak problemen op sociaal en/of mentaal vlak.

In de wetenschappelijke literatuur zijn er allerlei meningen en modellen te vinden. Wat al deze modellen gemeen hebben is de hoge intelligentie.

De zijnskenmerken maken het verschil tussen hoog intelligent naar hoogbegaafd. Je kunt dan onder andere denken aan:

    • Grote behoefte aan autonomie
    • Groot rechtvaardigheidsgevoel
    • Intense belevingen
    • Grote neiging naar perfectionisme
hoogbegaafd
Afbeelding243

Meerfactorenmodel van Renzulli en Mönks

Renzulli heeft het triadisch interpendentiemodel ontwikkeld. Hij stelde dat er naast een hoge intelligentie ook creërend denkvermogen en taaktoewijding aanwezig moet zijn om van hoogbegaafdheid te kunnen spreken.

Een volharding/focus, het creatieve ‘out of the box’ denken en een hoge intelligentie is er nodig om hun potentieel te kunnen bereiken.

Mönks voegde hieraan toe dat er een stimulerende omgeving van gezin, school en ontwikkelingsgelijken nodig is om de hoogbegaafdheid zichtbaar te laten worden.

Dabrowski beschrijft dat sommige mensen een lage prikkeldrempel en intensievere prikkelverwerking lijken te hebben. Zij beleven intenser dan gemiddeld op één of meerdere vlakken.

Hoogbegaafden observeren heel veel en zijn selectief tegelijk. Zij hebben denkkaders waarin de betekenis van wat ze waarnemen kunnen plaatsen. Nieuwe waarnemingen worden verbonden met bestaande kennis.

Als hoogbegaafden hebben geleerd zelf de regie te nemen, worden zij niet zo overspoeld door nieuwe waarnemingen/prikkels van buitenaf.  Ze kunnen deze intensiteiten beter plaatsen.

De intensiteiten die vaak worden beschreven zijn:

  • Emotionele gevoeligheid
  • Verbeeldingskracht
  • Intellectuele gevoeligheid
  • Psychomotorische gevoeligheid
  • Zintuigelijke gevoeligheid

Het Zijnsluik geeft goed de Zijnskenmerken weer van het hoogbegaafde kind. In veel wetenschappelijke modellen ligt de nadruk op de cognitieve elementen van hoogbegaafdheid. Maar wetenschappers zijn ervan overtuigd dat er ook sprake is van bepaalde overeenkomstige persoonlijkheidseigenschappen bij hoogbegaafden.

Prof. dr. Kieboom vat deze kenmerken naast het cognitieve luik samen in ‘het zijnsluik’.  Zij stelt dat hoogbegaafde kinderen allemaal individuen zijn met een eigen identiteit en kenmerken, die ook bij kinderen met een ‘normale’ ontwikkeling kunnen voorkomen. Hoogbegaafde kinderen vragen echter in dat opzicht een andere aanpak.